Een meesterwerk in passiviteit met een vleugje morele verontwaardiging

Het was een stralende ochtend in Brussel, waar de geur van versgebakken croissants zich vermengde met de geur van brandende urgentie - die gelukkig genegeerd kon worden. Achter de glazen gevels van de Europese Commissie tikten ambtenaren ijverig beleidsnota’s uit over duurzame koffieconsumptie, terwijl ergens ver weg, in een vaag gebied dat men ‘het Midden-Oosten’ noemt, weer eens iets verschrikkelijks gebeurde. Wat precies? Geen idee. Maar het was vast heel erg.

Europa, dat morele baken van ‘diepe zorgen’ en ‘krachtige veroordelingen’, had natuurlijk al binnen 48 uur een verklaring klaar. Niet een verklaring van actie, god verhoede, maar een verklaring van bezorgdheid. Een meesterwerk van diplomatieke vaagheid, waarin elke zin zorgvuldig was ontdaan van concrete betekenis. “Wij volgen de situatie op de voet,” luidde de eerste regel, wat diplomatiek jargon is voor “wij hebben de televisie aanstaan.”

En wat een situatie! Scherven van gebouwen prikten in de lucht als gebroken tanden. Vluchtelingenstromen kronkelden door bergpassen, hun schaduwen uitgerekt door de ondergaande zon. Scholen lagen erbij alsof een reusachtig kind driftig met zijn speelgoed had gegooid. Gelukkig had Europa hier een antwoord op: een extra vergadering. Niet zomaar een vergadering, nee, een informele vergadering. Want formeel iets doen zou natuurlijk te veel commitment vragen.

Dus vergaderden ze. En vergaderden. En vergaderden. Tussendoor dronken ze koffie, want een goede Europese crisis vereist ten minste drie espresso’s per ambtenaar. Er werd gesproken over ‘de-escalatie’, een term die in Brussel betekent: “Hopelijk lost het zichzelf op voordat wij iets hoeven te doen.” Er werd gesproken over ‘dialoog’, wat betekent: “Misschien praten de daders en slachtoffers het zelf uit, dan hoeven wij niet te kiezen.”

Intussen bleven de satellietbeelden binnenkomen. Nachtelijke luchtaanvallen verlichtten de horizon als vuurvliegjes, maar dan met meer doden. Grensposten werden overspoeld door mensen die niets meer hadden dan wat ze droegen. Een hoge functionaris veegde kruimels van zijn vestje en mompelde iets over ‘asielprocedures versnellen’. Zijn assistent noteerde het als ‘nader te onderzoeken’.

De persconferentie die volgde was een meesterclass in semantische acrobatiek. “Alle opties liggen op tafel,” verklaarde de woordvoerder, terwijl onder hem een schoonmaker het echte tafelblad poetste. Er werd een speciale gezant aangekondigd, een man met een notitieblok en een vage glimlach. Hij zou ‘de dialoog faciliteren’, wat in de praktijk neerkwam op het drinken van veel thee met lokale machthebbers die al wisten dat Europa geen tanden had.

Toen de avond viel, zaten dezelfde ambtenaren die ‘s ochtends nog zo bezorgd hadden gekeken nu aan hun derde glas wijn. Op de televisie achter hen bleven de beelden doorgaan: ingestorte gebouwen, huilende kinderen, mannen die lijken in massagraven schoven. Iemand zuchtte en draaide het volume zachter. “Moeilijke dossiers,” mompelde een ander. Ze keken even naar het scherm, toen naar hun glazen, en toen weer naar het scherm.

Uiteindelijk werd er een nieuwe verklaring opgesteld. Sterker nog: er zou een werkgroep komen. Men sprak van ‘lessen trekken’ en ‘toekomstgericht handelen’. Buiten begon het te regenen. De thee werd koud. En ergens, ver weg, ging een moeder door met het tellen van haar doden terwijl de Europese vlag boven een leeg vergaderzaaltje zachtjes wapperde in de airco.